Het einde van de eerste cyclus geeft Mandor (en de lezer) enkele antwoorden op vragen die sinds deel 1 opdoken: waar komt hij vandaan en wat is de bestemming van de Jupiter? Mandor vervulde zijn missie: er werd contact gemaakt met wie zich in het ruimteschip bevindt... of met wie er nog overbleef. Een oorlog verscheurt de opvarenden van de Jupiter sinds een bende fanatici gelijk wie ervan weerhoudt het commando van het gigantische ruimteschip over te nemen. Zij hebben liever dat het ruimteschip het "pad van God" volgt. Het doel van Mandor en zijn metgezellen bestaat nu uit het bereiken van de commandopost, die voorlopig standhoudt, maar voor hoelang nog? Op zoek naar zijn eigen identiteit leert Mandor dat zijn twijfels gegrond zijn: hij is geen profeet en misschien is hij zelfs geen mens.
Op haar weg op het spoor van haar verdwenen vader ontmoet Léonie De Sars midden in de Indische Oceaan kapitein Lukian Bruckner en zijn nichtje Magdalena. Alles in haar schreeuwt haar toe zo snel mogelijk weg te lopen van de grote mensenhater die even meedogenloos is als de oceaan. Alleen is dit afschuwelijk figuur de laatste man die haar vader levend heeft gezien. Léonie heeft dus geen andere keuze dan samen te werken met Lukian, zijn stomme nicht en de geheimen die ze delen.
Hoewel zijn enthousiasme en zijn vuur niet altijd worden gewaardeerd, is Lord Harold er met zijn sluwheid en scherpzinnigheid in geslaagd een plekje te veroveren op het commissariaat van Blackchurch. Hij is vastbesloten de schuldige te vatten in de zaak van het verdronken vee. Maar zijn pad is bezaaid met obstakels, alsof het hele Koninkrijk hem stokken in de… koetswielen wil steken. Van de Londense high society tot de onderwereld van Blackchurch, niemand wil dat de jonge agent zijn aristocratische neus in hun zaken steekt. Maar dan kennen ze onze voorname rechercheur nog niet! Het slot van deze eerste cyclus over de lotgevallen van een held die scherp afsteekt tegenover zijn omgeving, met alle gevolgen van dien... misverstanden, maar vooral veel avontuur!
Jacques Gipar, ster-verslaggever van de France Enquêtes, stort zich steeds opnieuw in de hachelijkste situaties om een primeur voor zijn krant binnen te halen. Vergezeld door Petit-Breton, zijn sympathieke sidekick, die goed thuis is in de onderwereld, bereist hij het Frankrijk van de vijftig- en zestiger jaren, altijd aan het stuur van iconische automobielen, die vaak niet ongeschonden uit de strijd komen.
Dit keer reizen Jacques Gipar en Petit-Breton naar Normandië, waar onze helden te maken krijgen met genadeloze misdadigers. En daarna terug naar Parijs, waar een mysterieuze verdwijning en een netwerk van Russische spionnen de gemoederen flink bezighouden... Twee spannende zaken (in drie delen) in het hart van de jaren ‘50!
Dit is de derde integrale editie +stofomslag (boek 7 t/m 9) van het Opus Magnus van de avonturen van Jacques Gipar.
144 blz.
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt.