Eerste deel van een fantasy-drieluik rond draken en drakenjagers
Draken bewaken schatten, dat is bekend. Maar er is nog iets bijzonders aan de hand met die beesten: tijdens de rui veranderen de schubben van de legendarische reptielen in goud. Door dit wonder, waarvan de oorsprong onduidelijk is, besluit een atypisch drietal de handen in elkaar te slaan: Phylogenos van Esquamate, zoon van verdwenen dracologen, Wei, een Chinees piraat die draken kan temmen, en Udo Von Winkelried, nakomeling van een geslacht drakenjagers dat teruggaat op Siegfried. Die drie mannen besluiten de reusachtigste draak te doden die ooit op aarde heeft rondgelopen. Maar om zo’n enorm beest af te maken en de schat in handen te krijgen die zijn lijf vormt, is er maar een oplossing: het doden... van binnenuit. Ze moeten gaan waar nog niemand zich ooit heeft gewaagd: in de buik van de draak.
Tweede deel van een fantasy-drieluik rond draken en drakenjagers
Eenmaal doorgedrongen tot de ingewanden van de grootste draak, worden Filogenes, Udo en Xiu geconfronteerd met de Salamanders. Deze mensen, verzwolgen en getransformeerd tot hittebestendige wezens, staan ten dienste van de Grote Draak. De drie drakenjagers banen zich een weg door de organen om het hart van de Grote Draak te bereiken. Onderweg ontdekken ze de stad, andere draken en … hun eigen geschiedenis. Maar bovenal staan ze oog in oog met het Grote Werk, het geheim van de alchemie!
Wanneer Catharina de’ Medici in 1559 weduwe wordt van Hendrik II, oefent zij gedurende dertig jaar het volledige of gedeeltelijke gezag uit tijdens de regeringen van haar drie zonen: Frans II, Karel IX en Hendrik III. In een tijd van religieuze en politieke onrust waakt zij vastberaden over het gezag van de kroon. Haar pogingen tot verzoening tussen katholieken en protestanten mislukken echter. Na de bloedige gebeurtenissen van de Bartholomeusnacht wordt zij verantwoordelijk gehouden voor de slachtingen onder protestanten. Zo ontstaat de hardnekkige zwarte legende rond Catharina de’ Medici.
Mexico, dat sinds 1821 onafhankelijk is, besluit Texas open te stellen voor kolonisatie. Meer dan dertigduizend kolonisten, voornamelijk uit de Verenigde Staten, verhuizen naar dat nieuwe eldorado. Die zogenaamde Anglos trekken zich weinig aan van het Mexicaanse gezag en stilaan broeit er rebellie.
Generaal Santa Anna besluit met zijn troepen de opstand neer te slaan. De Texanen verschansen zich in de Alamo, een oude Franciscaanse missie. Onder leiding van luitenant-kolonel William Travis en de avonturier Jim Bowie, verzetten honderdzestig rebellen zich tegen de Mexicaanse troepen. Dertien dagen lang bieden ze weerstand, en 200 jaar later is de gebeurtenis nog steeds in het collectieve geheugen van de Amerikanen gegrift.
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt.