2062, op de maan is een gevangenis gebouwd waaruit nooit iemand terugkeert. Een paar gedetineerden hebben binnen de gevangenismuren een prehistorische grot ontdekt. In die grot bevindt zich een eeuwenoud geheim, en de steenrijke François Laroche Galouseau heeft een expeditie opgezet om zich dat geheim toe te eigenen. Maar alleen de ergste misdadigers worden tot een eeuwig verblijf in die maangevangenis veroordeeld, dus de flamboyante miljardair begaat een gruwelijke misdaad. Om zijn doel op de maan te bereiken, zorgt hij ervoor dat zes aangewezen vrijwilligers met hem mee moeten.
Eerste deel van een fantasy-drieluik rond draken en drakenjagers
Draken bewaken schatten, dat is bekend. Maar er is nog iets bijzonders aan de hand met die beesten: tijdens de rui veranderen de schubben van de legendarische reptielen in goud. Door dit wonder, waarvan de oorsprong onduidelijk is, besluit een atypisch drietal de handen in elkaar te slaan: Phylogenos van Esquamate, zoon van verdwenen dracologen, Wei, een Chinees piraat die draken kan temmen, en Udo Von Winkelried, nakomeling van een geslacht drakenjagers dat teruggaat op Siegfried. Die drie mannen besluiten de reusachtigste draak te doden die ooit op aarde heeft rondgelopen. Maar om zo’n enorm beest af te maken en de schat in handen te krijgen die zijn lijf vormt, is er maar een oplossing: het doden... van binnenuit. Ze moeten gaan waar nog niemand zich ooit heeft gewaagd: in de buik van de draak.
Wanneer Catharina de’ Medici in 1559 weduwe wordt van Hendrik II, oefent zij gedurende dertig jaar het volledige of gedeeltelijke gezag uit tijdens de regeringen van haar drie zonen: Frans II, Karel IX en Hendrik III. In een tijd van religieuze en politieke onrust waakt zij vastberaden over het gezag van de kroon. Haar pogingen tot verzoening tussen katholieken en protestanten mislukken echter. Na de bloedige gebeurtenissen van de Bartholomeusnacht wordt zij verantwoordelijk gehouden voor de slachtingen onder protestanten. Zo ontstaat de hardnekkige zwarte legende rond Catharina de’ Medici.
Mexico, dat sinds 1821 onafhankelijk is, besluit Texas open te stellen voor kolonisatie. Meer dan dertigduizend kolonisten, voornamelijk uit de Verenigde Staten, verhuizen naar dat nieuwe eldorado. Die zogenaamde Anglos trekken zich weinig aan van het Mexicaanse gezag en stilaan broeit er rebellie.
Generaal Santa Anna besluit met zijn troepen de opstand neer te slaan. De Texanen verschansen zich in de Alamo, een oude Franciscaanse missie. Onder leiding van luitenant-kolonel William Travis en de avonturier Jim Bowie, verzetten honderdzestig rebellen zich tegen de Mexicaanse troepen. Dertien dagen lang bieden ze weerstand, en 200 jaar later is de gebeurtenis nog steeds in het collectieve geheugen van de Amerikanen gegrift.
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt.