Op een blauwe maandag krijgt Donald telefoon van oom Dagobert. Die roept zijn hulp in voor een nieuwe schattenjacht. Maar Donald beseft dat hoe groot de schat ook is die hij moet gaan zoeken, zijn oom nooit tevreden zal zijn. Dagobert mag dan wel een oude krenterige kniesoor zijn, ook hij zoekt waar iedereen in de wereld naar op zoek is: geluk. Hij stuurt zijn neefje erop uit om die onbetaalbare schat te vinden. Maar voor de kolerieke en stuntelige Donald lijkt het geheim van het geluk haast onmogelijk te doorgronden...
Schitterend hardcover album met linnen rug.
Het is chaos op het galjoen van de Spaanse kapitein Santoro. De voorraden zijn uitgeput en door middel van strootjetrekken kiest de bemanning een matroos… om op te eten! De jonge José ontsnapt gelukkig aan de kookpotten want er is land (en eten) in zicht. De zeelieden trekken de jungle in en ontdekken daar een bizar dier – het is geel met zwarte vlekken en heeft een lange staart… – dat door Santoro wordt verwond. José gaat het dier achterna en stort ermee te pletter. Het tweetal ontwaakt bij de Chahuta-indianen, waar José ontdekt dat hij een band heeft met de Marsupilami...
Na de twee delen van Het Beest door Zidrou en Pé nu een one-shot hommage door Trondheim en Nesme.
Ralph, nog steeds op stap met de magiërs Yassou en Migachi, is vastbesloten om de kroon van Tanghor te stelen. Die zou ervoor kunnen zorgen dat zijn zus haar geheugen terugkrijgt. Ralph sluit zich aan bij drie boeven met wie hij onderweg kennis heeft gemaakt en hij trekt naar Onophalai waar de kroon wordt bewaard op een veilige plek. Goed beveiligd voor gewone stervelingen, tenminste. Want tegen de niet-conventionele aanpak van Ralph is namelijk geen kruid gewassen. De vader van Ralph, die het ongeluk met de dam heeft overleefd, opent in Astolia een winkeltje en hoopt dat zijn zoon hem daar zal komen opzoeken. Maar niet alleen zijn vader zal Ralph opwachten. Heel wat anderen willen graag de premie opstrijken die is uitgeloofd aan wie Ralph kan oppakken...
Kobijn is terug! Zijn fantastische avonturen spelen zich af op allerlei niveaus, in allerlei werelden en in allerlei tijdperken. En dat samen met zijn onafscheidelijke vrienden.
Wanneer Kobijn midden in het bos bijkomt, gelooft hij z’n ogen en z’n oren niet… Een dikke vent, met een blauw-wit gestreepte broek en een helm, schreeuwt: “Asterix!”
Kobijn ontkent dat hij Asterix is en vervolgt zijn weg. Maar dan komt hij een Romeinse patrouille tegen en raakt hij gewond. De druïde Panoramix verzorgt hem en laat hem wat toverdrank drinken. Dit alles overtuigt Kobijn. Hij lijkt te zijn geteleporteerd naar het dorp van de onverzettelijke Galliërs. En om het nog gekker te maken, Toutatis is ook van de partij!
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt.