Jeremiah en Kurdy zijn in een godvergeten oord beland, tussen de weiden waar schapen grazen. Ze willen alleen maar iets drinken en, als het even kan, wat geld winnen bij het pokeren. Maar de landbouwgronden zijn niet meer dan braakliggende grond die nauwelijks door herders wordt bezocht. Woeste en wilde dieren teisteren de kuddes en vallen de mensen al een tijdje aan. Virna, een jonge herderin die het niet zo nauw neemt met de wet, brengt Jeremiah en zijn gezel naar de ranch van haar familie. Het tweetal is van plan er maar een nacht te blijven, maar raakt betrokken bij een oorlog om de gronden. Een deel van de bevolking wil zijn gronden verkopen aan een rijke edelman uit de streek, terwijl andere boeren hun kuddes willen laten grazen. Maar de wolven laten hun geen keuze. Als de mist komt opzetten, roeit een gigantisch beest de schapen en hun bewakers uit. Door Virna’s mooie ogen besluit Jeremiah partij te kiezen en te strijden in een oorlog die bij voorbaat verloren lijkt.
Duke is een getormenteerd man. Naast hulpsheriff van een klein dorpje, overtuigd van het morele aspect van zijn missie, is hij ook een eliteschutter die niet vies is van wat geweld. Wanneer er een conflict uitbreekt tussen mijnwerkers en grondbezitters, moet Duke een kant kiezen. Hij neemt zijn toevlucht op wat hij het beste kent, en het meeste vreest: zijn wapens. Peg is gekidnapt door twee bruten in dienst van een buitenlandse opdrachtgever. Duke gaat hen opsporen, maar hij weet dat hij zelf wordt achternagezeten door een troep soldaten. Een dodelijke achtervolging in de Far West barst los.
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt.