23 december 1955. Na zijn confrontatie met de "Meester van het Atoom", ziet Guy Lefranc zijn vriend, inspecteur Renard, terug in een mijndorpje tussen Lens en Marchiennes, in het steenkoolbekken van Nord-Pas-de-Calais.
De Spelen van Olympia, die in het leven geroepen werden rond de 8e eeuw voor Christus, waren een van de duurzame gebruiken van het oude Griekenland. Dit deel van De reizen van Alex reconstrueert de plaatsen, de disciplines en de geest ervan, met de grote zorg voor documentaire nauwkeurigheid waaraan Jacques Martin zo gehecht was. Deze nieuwe uitgave kreeg een nieuwe kaft, een nieuwe opmaak en een onuitgegeven dossier in twee delen: enerzijds een vergelijking tussen de oude en de huidige Spelen, en anderzijds een portret van Pierre de Coubertin. Ter gelegenheid van de Olympische Spelen van 2012 in Londen werd het boek voorzien van een voorwoord door de voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC), Jacques Rogge.
Journalist Guy Lefranc is op weg naar Australië om er de Olympische Spelen van 1956 te coveren. Maar noodweer houdt het vliegtuig aan de grond. In de wachthall maakt hij kennis met zijn Amerikaanse collega Janet Kear en loopt hij ook een oude bekende tegen het lijf: de atleet Jean Duval. Die stelt hem voor om samen met 49 andere passagiers met een watervliegtuig naar Melbourne te vliegen. Maar de vlucht loopt niet zoals voorzien. Na een noodlanding worden Lefranc en de rest van de passagiers opgepikt door een immense boot die uit de toekomst lijkt te komen. Helaas is het schip helemaal niet gastvrij ...
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt.