Een soldaat die niet meer dezelfde is.
1961. De oorlog in Algerije is voorbij wanneer Joseph terugkeert naar het platteland van zijn jeugd. Maar thuis wacht geen heldenonthaal. Zijn vader kijkt hem nauwelijks aan, zijn broer Jules – verlamd na een ongeval – bijt hem cynische verwijten toe, en in het dorp gaat het gerucht dat Joseph zich veilig “achter het bureau” heeft verstopt terwijl anderen zijn gesneuveld. Ook Mathilde, zijn vroegere grote liefde, heeft haar leven zonder hem hervat.
Terwijl iedereen hem lafheid en egoïsme aanwrijft, zwijgt Joseph. Maar achter dat zwijgen schuilen nachtmerries, flarden geweld en een schuldgevoel dat hij niet onder woorden krijgt. Langzaam wordt duidelijk dat de waarheid complexer en veel donkerder is dan het dorp wil zien. Omdat er manne nodig zijn toont hoe een oorlog niet ophoudt wanneer de wapens zwijgen, maar verder woedt in de hoofden en lichamen van wie is teruggekeerd.
Scenarist Philippe Pelaez en tekenaar Victor L. Pinel brengen een indringend, menselijk drama over trauma, schaamte en de onmogelijke “terugkeer naar het normale”. De heldere, zachte kleuren en het semi-realistische tekenwerk contrasteren met de zwaarte van het onderwerp en maken de emoties des te voelbaarder.
Een los te lezen, beklijvende graphic novel die lang blijft nazinderen.
Heer Brayard is op terugweg na een kruistocht. Hij krijgt het gezelschap van een jonge monnik: Rignomer. Op hun reis kruisen ze het pad van een jongedame, prinses Hadiyatallah. Die is weten te ontsnappen aan haar ontvoerders. Brayard twijfelt geen seconde. Hij beslist om het meisje te escorteren naar het oosten en persoonlijk aan haar vader af te leveren ... in ruil voor losgeld. Hij sleurt Rignomer mee in de onderneming. Het is de start van een onwaarschijnlijk avontuur ...
Zidrou goes Monthy Python: een dolkomisch ridderverhaal in duo met de Spaanse tekenaar Francis Porcel met wie hij al Folies Bergère en De nar maakte. Rik Ringers, Lydie, Clifton, La Mondaine, Mooie zomers, Robbedoes door ... en vele, vele andere: Zidrou blijft de topscenario's aan elkaar rijgen.
Dit album van Francis Porcel (Folies Bergère, De nar, Ridder Brayard, De mentors) en Philippe Pelaez (Een stukje spinazietaart, Parallel, Oliver & Peter) brengt ons naar en zelfs in de frontlinie van de Eerste Wereldoorlog waar de wijn om motiverende redenen rijkelijk vloeit.
Ferdinand is een lijntrekker, een onderduiker die een handicap veinst om de oorlog te ontlopen en te voorkomen dat hij aan de frontlinie belandt, in de loopgraven recht tegenover de Duitsers. Als gewetenloze profiteur maakt hij fortuin in de handel van dubieuze en verdunde wijn die hij aan het leger verkoopt. Hij gaat zelfs zover de concurrentie te schaden om de enige leverancier van de frontsoldaten te worden.
Terwijl hij zijn wijn aan de frontlinie laat stromen, raakt Ferdinand toch verwikkeld in het conflict en komt hij samen met lotgenoten terecht in een loopgraaf tussen twee vuren.
In mijn dorp aten ze katten is een one shot graphic novel met een titel die meteen als een dreun binnenkomt. Nog voor je één pagina omslaat, suggereert de cover al waar het naartoe gaat: de donkere blik van een jongen en de schaduw van een slager die aan het werk is. Wie erg gehecht is aan katten, zal zich bij momenten ongemakkelijk voelen, al kiezen de makers eerder voor suggestie dan voor gratuit shockeffect.We volgen Jacques, die samen met zijn zus Lilyopgroeit in een verstikkend, gewelddadig gezin. De moeder is verbitterd, de vader is een vrachtwagenchauffeur en domineert met harde hand. Jacques blijkt bovendien te lijden aan congenitale analgesie: hij voelt geen pijn. Wat in een ander verhaal een medisch detail zou zijn, wordt hier een narratieve motor én een wapen. Jacques is niet het soort kind dat nog zorgeloos in de rivier gaat spelen; hij observeert, analyseert en reageert met een koele branie die tegelijk afstoot en intrigeert.Wanneer Jacques en Lily in het bos een afschuwelijk dorpsgeheim ontdekken, kantelt alles. Jacques zet een gevaarlijk spel van provocatie en chantage in gang: een kat-en-muisspel waarin je vooral niét de kat wil zijn. De afloop is bloedig, en wat volgt is geen heldenreis, maar een neerwaartse spiraal waarin overleven, schuld en geweld in elkaar haken.Philippe Pelaez kiest voor een bijzonder immersieve vertelvorm: Jacques richt zich geregeld rechtstreeks tot de lezer. Die voice-over trekt je het verhaal in en maakt je bijna medeplichtig. Francis Porcel versterkt dat effect met expressieve gezichten, een sobere maar rake enscenering en een kleurgebruik dat emoties en tijdlagen (herinnering versus heden) duidelijk markeert.Een rauw, beklemmend maar opvallend fijn gecomponeerd album, niet voor gevoelige zielen, wél voor lezers van sterke sociale noir.
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt.