Eind negentiende eeuw heeft vader Boitelle zich neergelegd bij een leven tussen het afval en rijdt hij met zijn kar naar al het vuile werk dat men aan hem toevertrouwt. Tijdens een bezoek aan het huis van meester Auballe blijft hij staan voor een beeldje van een " negerin " dat in hem herinneringen oproept. Op aandringen van zijn gastheer vertelt hij over zijn jeugd als soldaat in Le Havre waar hij droomde bij de exotische vogels en de schepen die naar verre landen afscheepten. Hij heeft het vooral ook over zijn verliefdheid op de mooie Norène, een jonge, Afrikaanse serveerster in het Café des Colonies. Hoewel de jonge soldaat van dan af aan een immense passie beleeft, stuit hij ook op het platvloerse racisme en op de weerstand van zijn ouders die haar voor een huwelijk naar hun zin " te zwart " vinden ...
De eerste Wereldoorlog vordert alle mannen van een Bretoens eilandje op. Alleen kinderen, bejaarden en vrouwen blijven nog over... en Maël.
Ondanks zijn drang om het vaderland te verdedigen, wordt hij niet gemobiliseerd want hij heeft een klompvoet. Hij wordt de enige jonge en viriele man van het eiland. Op zijn eigen manier levert hij een inspanning aan de oorlog door de post aan de eilandbewoners, voornamelijk vrouwen, te bezorgen.
De man die tevoren werd genegeerd, ontdekt nu al hun geheimen..."
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt.