Robbedoes ontvangt een uitnodiging op naam van Supergroom. Vreemd, want niemand – behalve de graaf van Rommelgem, die hem zijn gadgets bezorgt – is op de hoogte van zijn dubbele identiteit. Ondanks de waarschuwingen van Superwing (alias Spip) gaat Supergroom naar de afspraak, boven op het Gaia-gebouw in Novabrussel. Maar het is een valstrik... de Centaur heeft besloten al haar geliefden én haar grootste vijand, Supergroom, mee te sleuren in de dood (of in dit geval: gedwongen cryogene invriezing)!
In de Palombische jungle wordt een marsupilami gevangen door de Chahuta-indianen. Ze verkopen hem aan smokkelaars van exotische dieren. Het dier belandt uiteindelijk in de haven van Antwerpen, ook in de jaren 50 al een draaischijf voor illegale handel. De marsupilami slaagt erin te vluchten naar de voorsteden van Brussel waar hij onderdak vindt bij François, een jonge dierenliefhebber die het niet makkelijk heeft. Het is het begin van een meeslepend avontuur met hier en daar een sombere toets, maar vooral vol hoop en fraaie vriendschap. Een ongelooflijk avontuur rond de buitengewone vriendschap die kan ontstaan tussen een kind en een dier.
160 blz, deel 1 van een tweeluik.
Jean Dupuis wist wat hij wilde: een weekblad dat een gezonde afleiding vormde voor de jeugd en niet vies was was van een beetje morele zedenlessen. Een naam had hij al: Spirou, wat zoveel betekent als “roodharig” en “guitig” in het dialect van Charleroi. In het Nederlands werd dat Robbedoes. Nu nog een tekenaar vinden die zijn personage een persoonlijkheid op papier kon aanmeten. Hij kwam terecht bij de Parijzenaar Robert Velter. Tussen 1938 en 1943 ondertekende die meer dan 200 platen van de avonturen van Robbedoes met zijn pseudo Rob-Vel. Die zijn nu voor het eerst allemaal gebundeld in deze prachtige integrale uitgave van 312 pagina's.
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt.