Chantage en inbraak gaan niet altijd goed samen! Parijs, zomer 1955. Burma wordt tegelijk ingeschakeld door twee klanten uit het 14e arrondissement. De ene, Ferrand, een medegevangene van tijdens de oorlog, roept de hulp van de detective in om een reeks inbraken te onderzoeken. De andere, Gaudebert, een rijk burgerman, wil achterhalen wie hem chanteert. Op het eerste gezicht hebben de twee affaires niets met elkaar gemeen. Maar toeval bestaat niet en ‘Dynamite’ Burma ontdekt al snel dat alle sporen leiden naar de beruchte Ratten van Montsouris, een inbrekersbende die gespecialiseerd is in Parijse kelders.
1942, Parijs. De nazi’s bezetten de Franse hoofdstad. Nestor Burma, die nog maar net weg is uit het krijgsgevangenenkamp, kan zijn detective- agentschap Fiat Lux maar met moeite draaiende houden. Toevallig komt hij de buit van een overvallen goudtrein uit 1938 op het spoor. Op dat moment verschijnt er ook een onbekende, charmante dame in zijn leven. En zoals altijd laat zijn verstand hem in de steek zodra hij verliefd wordt. De problemen stapelen zich al gauw op: de detective botst op argwanende agenten, romantische criminelen en daar bovenop krijgt hij al het uitschot van die tijd op zijn nek. Dit is een van de donkerste albums uit de reeks, gelijkaardig aan de dramatische ontknoping in het album Sluiers over de Pont de Tolbiac.
Parijs, zomer van 1957. Op verzoek van een cliënt gaat Nestor Burma op onderzoek uit in de wijk Saint-Germain-des-Prés, het artistieke en intellectuele centrum van Parijs. Burma komt op het spoor van een talentvolle zwarte jazzmuzikant met connecties in het drugsmilieu. Met de hulp van zijn vriendin Marcelle slaagt Burma erin zijn cliënt onder te brengen in een hotel aan de "Rive Gauche". Er is slechts één probleem: hij is dood.
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt.